Goed, het is al laat en de slaap wil me toch nog niet vatten, dus waarom niet nog een verhaaltje voor het slapen gaan...
Ovidius, de bijbelse kroniekschrijvers, Jerry Springer; al deze bronnen van prozaïsche wijsheid maken melding van broers die elkaar naar het leven staan. We mogen er dus vanuit gaan dat haat, nijd en rivaliteit tussen broers een verschijnsel is van alle tijden en culturen en dat de broedertwist een fenomeen is om alert op te zijn. Omdat maar weinigen geboren worden met deze kennis en dit om onbegrijpelijke redenen ook niet is opgenomen in het curriculum van het basisonderwijs, is het de eerste jaren echt overleven. Nu zal de rivaliteit tussen broers in lang niet alle gevallen leiden tot broedermoord, maar het geeft wel te denken dat in elk geval de eerste twee van de eerder genoemde bronnen melding maken van een dergelijke escalatie van broederlijke verhoudingen. Ondanks dat Henk en ik ons in de bevoorrechte positie bevonden van het hebben van een klassiek geschoolde moeder en een protestantse opvoeding hebben wij met deze keerzijde van de broederschap toch ook proefondervindelijk moeten leren omgaan.
De vroegste herinnering aan een traumatische confrontatie met mijn broertje stamt uit de tijd dat we een jaar of 7 waren. Zoals alle jongens van die leeftijd hadden wij een ongezonde interesse in messen en lieten wij weinig mogelijkheden onbenut om in de keukenlaatjes moeder's mooiste messen te voorschijn te halen en te gebruiken voor het slijpen van een punt aan een stokje of als 'prop' in onze Ivanhoe-fantasie spelletjes. Zo ook een keer toen Henk een lang dun mes uit de la had gepakt en gevaarlijk dreigend hiermee zijn van TV afgekeken 'zwaardvechtkunsten' wilde demonstreren. Ik moet mij in mijn jeugdige onschuld laatdunkend hebben uitgelaten over zijn capriolen en zou iets in de geest van "Bluf" hebben gezegd. Kennelijk was dat voor de koene ridder voldoende aanleiding om het mes tussen de knokkels van mijn middel- en ringvinger van mijn rechterhand te parkeren.
Een later incident betreft het in familiekringen bekende 'vis-incident', waarbij Henk mij op vakantie in Frankrijk aan de haak sloeg bij het uitgooien van zijn vislijn. In een eerdere bijdrage van Hanko heb ik kennis moeten nemen van zijn misselijk makende bewondering voor de rust die Henk tijdens het vissen aan de dag kan leggen. Een abjecte bewondering die in mijn ogen vergelijkbaar is met waardering voor de 'hangman' omdat die zulke goeie knopen kan leggen.
Met niet geringe trots mag ik vermelden dat ik mij hier enige jaren later, maar ook op vakantie in Frankrijk, voor gerevancheerd heb. Onze ouders hadden zich in een vlaag van verstandsverbijstering laten aanpraten dat wij oud en wijs genoeg waren om de verantwoordelijkheid te dragen voor een dartboard met pijltjes en gezegd moet worden dat zolang beiden in combinatie gebruikt werden er geen vuiltje aan de lucht was. Op een zeker moment liep in de pijltjes enigzins verveeld in de grond te gooien, tot er ééntje landde in de kuit van een langs lopende Henk.
Met alle luchtdrukpistolen, zakmessen, nunchaku, brommers zonder bromfietscertificaat en kennis van vechtsport is het eigenlijk nog een wonder dat we onze jeugd allebei overleefd hebben met behoud van alle ledematen. Met het ouder worden, is ook het besef van de risico's van de broederschap gegroeid. In hoeverre de keuze om niet bij elkaar in de straat te gaan wonen er één is die bewust of onderbewust is en of deze is ingegeven door angst of 'common sense' weet ik niet.
Jos
zondag 4 juli 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten